In 2004 is Landgoed De Peerdegaerdt door Landschapsbeheer Zuid-Holland gevraagd deel te nemen aan het Kerkuilenproject. De Peerdegaerdt vormde volgens Landschapsbeheer Zuid-Holland een geschikte locatie, aangezien reeds een grote populatie Ransuilen aanwezig is op het Landgoed. Daarnaast behoorde het tot de mogelijkheid een aantal biotoopverbeteringen door te voeren. Het hiervoor opgestelde inrichtingsplan is in 2004 door het Wellant College geïmplementeerd.
Naast het ontwikkelen van twee ruigtestroken, heeft het Wellant College twee hagen aangeplant met een lengte van 45 meter en een lengte van 55 meter. Deze hagen bestaan uit een mengsel van diverse struiken, zoals zwarte els, meidoorn, hondsroos, sleedoorn en hazelaar. Verder heeft het Wellant College diverse takkenrillen aangelegd met behulp van vrijgekomen snoeimateriaal. Tevens zijn de broedomstandigheden voor de Kerkuil aangepast, door in de kleine paardenstal een Kerkuilenkast op te hangen.
Beknopte achtergrond Kerkuilenproject
Tot 1963 broedden er in ons land gemiddeld 1800-3500 kerkuilen. Als gevolg van de zeer strenge winter in dat jaar, werd de kerkuilenstand echter radicaal teruggezet. Waarschijnlijk door de voortschrijdende mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw is de kerkuil deze klap nooit meer volledig te boven gekomen.
De afgelopen jaren is echter verbetering zichtbaar: van een gepubliceerd aantal van 171 broedparen in 1976 naar 2.056 broedparen in 2002. Wellicht is dit voor een deel een gevolg van beschermingsactiviteiten naar aanleiding van het Soortbeschermingsplan Kerkuil van het Minsterie van LNV (1996). Met de Kerkuil in Zuid-Holland gaat het echter nog niet zo goed: in 2002 zijn maar 16 geregistreerde broedgevallen en dat is gelijk een recordaantal voor deze provincie. Vergeleken met omliggende regio’s is dit een zeer laag aantal.
Het lijkt waarschijnlijk dat een verbetering van het leefgebied noodzakelijk is voor de Kerkuil in Zuid-Holland. Daarbij dient gedacht te worden aan de verbetering van de biotoop van het voornaamste uilenvoedsel: de (Veld)muis. De muis leeft het liefst in een omgeving met veel ruigten en beschutting. Een en ander is zichtbaar in de landelijke broedstatistieken: de grootste aantallen broedgevallen worden geregistreerd in kleinschalige landschappen. Daarmee is de Kerkuil in feite een indicatorsoort van een kleinschalig landschap dat voor veel kleine diersoorten belangrijk is.
Om de rekolonisatie van Zuid-Holland door de kerkuil op gang te brengen wil Landschapsbeheer Zuid-Holland in het landelijk gebied van Zuid-Holland samen met particulieren en bedrijven de foerageermogelijkheden rond oude of nieuwe kasten gaan verbeteren. Daartoe worden in totaal voor 30 locaties Natuurplannen gemaakt. In deze natuurplannen wordt de bestaande situatie ter plaatse geanalyseerd en samen met de eigenaar worden minstens vijf biotoop verbeteringsmaatregelen geselecteerd.
Kerkuilenproject en De Peerdegaerdt
In 2004 is door Landschapsbeheer Zuid-Holland een Inrichtings- en beheerplan biotoopverbetering kerkuilen opgesteld en uitgevoerd. Hierdoor wordt getracht het leefgebied voor de prooidieren (kleine zoogdieren en zangvogels) van de Kerkuil te verbeteren. Tevens zijn de broedomstandigheden voor de kerkuil aangepast. De Peerdegaerdt is er klaar voor, nu is het wachten totdat de Kerkuil de juiste route vliegt.
